we are in trouble_ statement stephanie, lianne, judith en nienke
Interdisciplinaire statements ‘We Are In Trouble’ – Ivgi & Greben
De dansers
De dansers zelf waren een interdisciplinair statement in deze voorstelling. Zij stonden voor alle drie de disciplines. Aan het eind van het stuk lieten zij muzikaliteit horen gedurende het nummer. Ze maakten fysieke beelden zoals bijvoorbeeld de boot en de momenten wanneer er iemand uit elkaar getrokken werd. Ook hadden zij veel beelden wanneer zij met elkaar verbonden waren. Theater spreekt natuurlijk voor zich: de voorstelling is theater.
Herhaling
Het interdisciplinaire begrip: herhaling. Herhaling kwam ontzettend veel voor gedurende de voorstelling. Herhaling zat in de soundscape, in de bewegingen van de dansers, en ook de rekwisieten (kleding/kleedjes) zaten vol herhaling. In de monoloog aan het einde van het stuk waarin alle namen werden genoemd, zat ook herhaling. Ook in de monoloog werden woorden als ‘river’ en ‘stop’ verschillende keren herhaald.
Zang
Ook in de zang kon je het interdisciplinaire gedeelte terug vinden. Nu is het natuurlijk redelijk vanzelfsprekend dat hier het vak muziek in terug kwam. De kracht van herhaling was heel erg duidelijk. Het lied werd meerdere keren herhaald en er was sprake van een climax. Dit kon je terug horen in de herhalingen en het toevoegen van meerstemmigheid. Het lied begon door middel van een solo van het meisje. Hier was een duidelijke opstelling aanwezig. Dit kun je verwijzen naar het beeldend aspect. Het meisje stond alleen, links voor de kijkers, op het podium. De andere spelers waren aan de zijkanten van de tribune gaan staan. Nadat de solo voorbij was werd het een meerstemmig koorstuk waarbij er ook mensen vanuit het publiek meezongen. Dit zorgde voor een erg volle klank en verwondering bij de mensen. Ook het theatrale aspect was bij dit gedeelte vanzelfsprekend. De spelers hadden een eigen rol in het geheel en waren niet zichzelf. Ze wilden iets overbrengen en ons, als kijkers, aan het denken zetten. Naar mijn mening is dat goed gelukt.
Ongeveer aan het einde van de voorstelling kwam de interdisciplinaire identiteit van de voorstelling nogmaals naar voren door middel van het neerleggen van de stapeltjes kleding in combinatie met het noemen van namen. Enerzijds kwam het beeldende aspect naar voren, geïllustreerd door de uiteindelijk vele stapels kleding en bezittingen. Anderzijds werd er aandacht gegeven aan het theatrale aspect, door namen te noemen, waarop soms een reactie werd gegeven, en door af en toe 'stop' te zeggen. Uit dit deel van de voorstelling haalden wij dat de namen waarop niet werd geantwoord de namen van mensen waren, in dit geval vluchtelingen, die waren overleden tijdens de reis of erna. De namen werden opgelezen met gevoel voor drama en met bijpassende mimiek. Daarnaast werden de stapeltjes kleding in een bewuste compositie neergelegd. Ze werden zo opgesteld dat ze als het ware een barricade vormden tussen de dansers en het publiek.
Nienke Dam (muziek)
Judith Odink (beeldend)
Lianne van Dam (theater)
Stephanie Bisschops (theater)


Reacties
Een reactie posten